DIPLOMA-INDELING HOLTUS ZEILKAMPEN
DiplomaC: BEMANNING
Praktijk
- Op- en aftuigen met hulp.
- Bedienen van de fok op aanwijzing van de stuurman.
- Alle koersen varen en koers houden met juiste bediening van de zeilen.
- Kunnen oploeven en afvallen.
- Overstag gaan.
- Gijpen bij licht weer.
Theorie
- Kennen van windroos met zeilstanden.
- Belangrijkste zeiltermen en scheepsbenamingen kennen. (Ongeveer de helft van het nu gevraagde lijstje).
- Schiemanswerk: achtknoop, beleggen klamp, 2 halve steken, platte knoop, mastworp.
Diploma B: STUURMAN
Praktijk als C uitgebreid met:
- Perfect bedienen van de fok.
- Gijpen tot 4 Beaufort en stormrondje.
- Eilandje ronden met juiste koersen en manoeuvres.
- Dwarspeiling en aanvaringspeiling maken.
- Bovenwinds punt bezeilen.
- Afvaren van hoger wal.
- Aanleggen onder eenvoudige omstandigheden (licht weer, veel ruimte).
- Op- en aftuigen.
- Reven.
- Toepassen belangrijkste regels vaarreglement; zeilschepen onderling, zeilschip/ motorboot.
Theorie als C uitgebreid met:
- Kennis van het vaarreglement.
- Werking van roer en zeilen.
- Alle genoemde scheepstermen en benamingen.
- Schiemanswerk uitgebreid met: schootsteek en paalsteek.
Diploma A: SCHIPPER
Praktijk als B uitgebreid met:
- Alle koersen en manoeuvres perfect beheersen.
- Man over boord manoeuvres.
- Snel en doelmatig manoeuvreren in kleine ruimtes.
- Opkruisen in smal vaarwater.
- Aanleggen en afvaren in moeilijke situaties en omstandigheden w.o. lager wal (dit in theorie).
- Zeilen hijsen en strijken zowel stilliggend als varend.
- Mast strijken met hulp.
- Loskomen van de grond.
Theorie als B uitgebreid met:
- Kennis van krachten en koppels uit de zeiltheorie.
- Weten wat te doen bij averij, omslaan, vastlopen etc..
- Enige kennis van zeil- en tuigvormen en het herkennen van enkele van de meest voorkomende scheepstypen b.v. aan het zeilteken.
- Schiemanswerk uitgebreid met: oogsplits en takeling.